How I long for
Doubtful beauty
The excerpt from a story written
without contempt
and beauty lays beyond
I want to raise up
Take my pen and elevate
Fill an empty mind
with all that
I stored inside
I must leave
these thoughts
and restore reality
Wat u hier leest is voor mij een notitieboekje. Ik noteer erin alledaagse gebeurtenissen, hoe ze verwerkt worden door mijn emoties. Poezie? Proza? Noem het hoe je wil. Wat ik weet is dat ik niet nadenk bij het schrijven. Ik schrijf gewoon wat ik denk, wat ik dacht of wat ik meemaak. In een tekstje op het ritme van mijn gevoelens. Mijn brein vertaald.
Saturday, January 26, 2013
Wednesday, January 23, 2013
Den Aldi
Tussendoor sprong ik mijn fiets op. Voorzichtig rijdend door het ijs arriveer ik eindelijk. Sluit de fiets. Pak de zak.
En binnen doe ik mijn gewoonlijk toertje. Langs de koekjes, een brood, een dessertje, en deze keer ook wat hoog gecaffeïneerde troep voor een kortstondige concentratieboost.
Naar mijn weg naar de kassa zie ik vreemd genoeg een massa mensen. En dit in de Aldi? Voor het vak met vlees en kaas en beleg? Vreemd. Uitverkoop van een exquisiet Aldi hambeleg?
Aha.
Daar lichtten ze op, de engels in fluovesten. Verdrongen in lelijke oerse blikken van doorsnee marginale Aldibezoekers. Een meisje op de grond. Ik kon haar niet zien ik hoorde haar wel schreeuwen van de pijn.
Dat was voor mij genoeg om mijn oerse drang naar ramptoerisme te kunnen onderdrukken en ik schoof verder aan aan de kassa.
Ik probeerde te denken aan de verdere avond. Nu ja, niet dat ik niet wist wat ik ging doen, leren natuurlijk.
En toen kwam de brancard. Ja ik kon me niet houden en keek om.
Verdikke, nog steeds mensen die stilstaand hun ogen niet van het slachtoffer kunnen houden. Geef haar toch wat lucht zegt de kassier.
Nee nee knikkend.
Zeven euro twintig alsteblief.
En binnen doe ik mijn gewoonlijk toertje. Langs de koekjes, een brood, een dessertje, en deze keer ook wat hoog gecaffeïneerde troep voor een kortstondige concentratieboost.
Naar mijn weg naar de kassa zie ik vreemd genoeg een massa mensen. En dit in de Aldi? Voor het vak met vlees en kaas en beleg? Vreemd. Uitverkoop van een exquisiet Aldi hambeleg?
Aha.
Daar lichtten ze op, de engels in fluovesten. Verdrongen in lelijke oerse blikken van doorsnee marginale Aldibezoekers. Een meisje op de grond. Ik kon haar niet zien ik hoorde haar wel schreeuwen van de pijn.
Dat was voor mij genoeg om mijn oerse drang naar ramptoerisme te kunnen onderdrukken en ik schoof verder aan aan de kassa.
Ik probeerde te denken aan de verdere avond. Nu ja, niet dat ik niet wist wat ik ging doen, leren natuurlijk.
En toen kwam de brancard. Ja ik kon me niet houden en keek om.
Verdikke, nog steeds mensen die stilstaand hun ogen niet van het slachtoffer kunnen houden. Geef haar toch wat lucht zegt de kassier.
Nee nee knikkend.
Zeven euro twintig alsteblief.
Monday, January 21, 2013
Naar zee
Twintig pakken zakken. Kan u me helpen? En lachend gierend de trein op. Een brede lach deed me tintelen. Ze plaagde haar mama. Buiten adem in de stoel zakkend sloot de moeder haar ogen even. Wilt Sofieke het jasje uit? Sofieke wijgerde zonder woorden en speelde met de knippertjes. Ze staarde me aan. Vond ze het vreemd dat ik lachtte? Of vond ze dat net leuk?
Ik vroeg of ze een weekendje weg gingen.
Nee. Twee weken. Of een maand. We weten het nog niet. We zijn even moeten vluchten, andere oorden opzoeken...
En toen zag ik angst in haar ogen. Snel lachtte ze dat weer weg.
Ik wist niet wat te zeggen en dus staarde ik maar naar het voorbij zoevende witte landschap. Sofie keek ook. En ze leunde tegen haar mama aan. Je kon het niet aan haar zien. Ze deed zo goed haar best. De hele tijd stil. Alleen haar vingers die vreemde gedwongen bewegingen maakte verraade haar geschenk. Ze gaf haar mama een kus. En lachtte. Ze keek diep in haar ogen alsof daar een hele wereld verborgen lag. De problemen leken verdwenen.
Ik stopte mijn papieren weg. We komen aan in Leuven. De studentenstad, zei Meneer. Veel succes.
Ik vroeg of ze een weekendje weg gingen.
Nee. Twee weken. Of een maand. We weten het nog niet. We zijn even moeten vluchten, andere oorden opzoeken...
En toen zag ik angst in haar ogen. Snel lachtte ze dat weer weg.
Ik wist niet wat te zeggen en dus staarde ik maar naar het voorbij zoevende witte landschap. Sofie keek ook. En ze leunde tegen haar mama aan. Je kon het niet aan haar zien. Ze deed zo goed haar best. De hele tijd stil. Alleen haar vingers die vreemde gedwongen bewegingen maakte verraade haar geschenk. Ze gaf haar mama een kus. En lachtte. Ze keek diep in haar ogen alsof daar een hele wereld verborgen lag. De problemen leken verdwenen.
Ik stopte mijn papieren weg. We komen aan in Leuven. De studentenstad, zei Meneer. Veel succes.
Thursday, January 10, 2013
Vandaag kwam ik je tegen, mijn andere kant. Het was lang geleden. Zoals ik me gister nog gelukkig voelde met studeren en het oog op een bijzonder mooie toekomst, ben ik vandaag gelukkig met de oude verborgen ik. Het is lang geleden. Maar het is een mooie vondst. Je schittert nog altijd. Je bent zo vrij en onweerstaanbaar. Ik kan niet stoppen met denken aan je. Avontuurlijk de jungle doorkruisen, geen gevaar te groot, ik overleef alles, . Sta me toe, ik presenteer u, je vergeten zelf. En ik herriner me je goed hoor. Hoe ik zo graag ik bomen klom. Hoe ik uren in de bib zat te lezen in survival gidsen. Hoe ik iedere keer weer als ik de kans kreeg, maar al te graag mee ging op een uitje naar de Ardennen. Abseilen, raften, deathride, speleologie, geen rots was te hoog en geen spelonk te smal. Ik klom erdoor. En iedereen wist het. Iedereen kent me zo. Aapje. En toch ben ik mezelf vergeten. Tegenwoordig maakte ik me gelukkig door niet meer te streven naar fysieke en mentale krachtuitputting van de vervaarlijke natuur. Tegenwoordig vond ik de natuur in mezelf waar ik dezelfde onuitputtelijke kracht kon uithalen. Mijn eigenste brein. Niets stopt me van een fantastisch wetenschappelijke carrière. En zo zat ik vandaag ook nog te studeren. Moet ik nu kiezen op welke manier ik verder ga voor het streven naar mijn persoonlijk geluk? Of combineer ik ze gewoon beiden? Voor mij was het een teken, mijn oude ik vergeten, om je vanaf vandaag weer mijn leven in te halen. Vergeef het mij. Ik wil je terug.
Tuesday, January 8, 2013
Ver dronken
Er stapt een man op de bus. Nummer 45. Een slobbertrui en een zakje met lege blikjes bier. Hij nam een nevel mee, een stikkend gas. Iedereen die rond hem was, al dronken zonder drinken.
Ik kijk,verbitterd, verafschuwend,beh zo lelijk.
Als ik me fronsen voelde dacht ik hetzelfde over mij. Ja ik! Ik ben het toch! Dit was niet wat ik bedoelde!
Ik kan me ook zorgen maken over hem. Hoe hij zo eindigde of hoe zijn verhaal nog moest beginnen. Maar ik waagde niet mijn mond te openen. "Dus deed hij het maar. Philips Elekteronika, dat is me toch allemaal iets daarmee he Juffrouw. Wat toch allemaal gebeurt" Gewoon lachen, gewoon lachen en knikken. "Sorry juffrouw ik heb een beetje -wijzend naar zijn zakje-..." En hij lachtte. Mijn brein schreeuwde: "Wilt u hulp meneer? Ik wil helpen Meneer!" Als ooit een keer, een mens dat zei. En hij mompelt wat. "Ja, dat leren ze u op de uuuuniveresiteit wel niet". En hij lachtte weer schokkend.
Helpt praten Al? Helpt vragen al? Over hoe hij zo geëindigd is en waarom hij nu niet beter kan.
Het antwoord weet ik al. En toch laat ik mijn tong niet spreken.
Ik staar recht voor me uit en snuif nog wat van die nevel op terwijl de bus zijn route volgt.
"Nog een fijne dag juffrouw" En hij bleef staan op zijn plekje en zette het gesprek met zichzelf voort.
Ja Meneer, bedankt voor uw dronken wijsheid. We leven net als op een bus. Je laten meeslepen en een route volgen die je al honderd keer hebt gedaan. Denken doe je niet meer en je laat je achterlijke zelf naar voren komen in stereotiep gebrabbel. Zombies.
Vier haltes verder. Hij stapt uit. De mensen ademen weer. Maar ze staren nog steeds met dezelfde blikken.
Ik kijk,verbitterd, verafschuwend,beh zo lelijk.
Als ik me fronsen voelde dacht ik hetzelfde over mij. Ja ik! Ik ben het toch! Dit was niet wat ik bedoelde!
Ik kan me ook zorgen maken over hem. Hoe hij zo eindigde of hoe zijn verhaal nog moest beginnen. Maar ik waagde niet mijn mond te openen. "Dus deed hij het maar. Philips Elekteronika, dat is me toch allemaal iets daarmee he Juffrouw. Wat toch allemaal gebeurt" Gewoon lachen, gewoon lachen en knikken. "Sorry juffrouw ik heb een beetje -wijzend naar zijn zakje-..." En hij lachtte. Mijn brein schreeuwde: "Wilt u hulp meneer? Ik wil helpen Meneer!" Als ooit een keer, een mens dat zei. En hij mompelt wat. "Ja, dat leren ze u op de uuuuniveresiteit wel niet". En hij lachtte weer schokkend.
Helpt praten Al? Helpt vragen al? Over hoe hij zo geëindigd is en waarom hij nu niet beter kan.
Het antwoord weet ik al. En toch laat ik mijn tong niet spreken.
Ik staar recht voor me uit en snuif nog wat van die nevel op terwijl de bus zijn route volgt.
"Nog een fijne dag juffrouw" En hij bleef staan op zijn plekje en zette het gesprek met zichzelf voort.
Ja Meneer, bedankt voor uw dronken wijsheid. We leven net als op een bus. Je laten meeslepen en een route volgen die je al honderd keer hebt gedaan. Denken doe je niet meer en je laat je achterlijke zelf naar voren komen in stereotiep gebrabbel. Zombies.
Vier haltes verder. Hij stapt uit. De mensen ademen weer. Maar ze staren nog steeds met dezelfde blikken.
Thursday, January 3, 2013
untitled
It's a recipe
For blood
Life endangered blood
not cold yet
Just add
Some strong voices
A hint of egocentric greybeards
Let the leafs of money soak for a while
When it becomes thicker
Quickly turn of the media
Let it cool
Finnally poor this over
a bed of weak people
drool
We want to know
Whats going on
For blood
Life endangered blood
not cold yet
Just add
Some strong voices
A hint of egocentric greybeards
Let the leafs of money soak for a while
When it becomes thicker
Quickly turn of the media
Let it cool
Finnally poor this over
a bed of weak people
drool
We want to know
Whats going on
Subscribe to:
Posts (Atom)