Tussendoor sprong ik mijn fiets op. Voorzichtig rijdend door het ijs arriveer ik eindelijk. Sluit de fiets. Pak de zak.
En binnen doe ik mijn gewoonlijk toertje. Langs de koekjes, een brood, een dessertje, en deze keer ook wat hoog gecaffeïneerde troep voor een kortstondige concentratieboost.
Naar mijn weg naar de kassa zie ik vreemd genoeg een massa mensen. En dit in de Aldi? Voor het vak met vlees en kaas en beleg? Vreemd. Uitverkoop van een exquisiet Aldi hambeleg?
Aha.
Daar lichtten ze op, de engels in fluovesten. Verdrongen in lelijke oerse blikken van doorsnee marginale Aldibezoekers. Een meisje op de grond. Ik kon haar niet zien ik hoorde haar wel schreeuwen van de pijn.
Dat was voor mij genoeg om mijn oerse drang naar ramptoerisme te kunnen onderdrukken en ik schoof verder aan aan de kassa.
Ik probeerde te denken aan de verdere avond. Nu ja, niet dat ik niet wist wat ik ging doen, leren natuurlijk.
En toen kwam de brancard. Ja ik kon me niet houden en keek om.
Verdikke, nog steeds mensen die stilstaand hun ogen niet van het slachtoffer kunnen houden. Geef haar toch wat lucht zegt de kassier.
Nee nee knikkend.
Zeven euro twintig alsteblief.
No comments:
Post a Comment